U bent hier:

Historie

 Een familie met een lange geschiedenis

De geschiedenis van de familie Van Heek begint in Westfalen. Via Delden vestigde de familie zich uiteindelijk in Enschede. Door ondernemerschap, betrokkenheid bij de samenleving en een blik op de toekomst heeft de familie een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van Twente.

Textielverleden

Van Heek & Co spinnerij Noordenhagen
In de 19e en 20e eeuw speelde de familie Van Heek een grote rol in de Nederlandse textielindustrie. Bedrijven, zoals Van Heek & Co, groeiden uit tot succesvolle ondernemingen.  Zij boden werk aan duizenden mensen en droegen bij aan de groei van Enschede en Twente. Ook werd geïnvesteerd in woningen, onderwijs en andere voorzieningen die de regio sterker maakten.

Natuur en cultuur

De familie Van Heek investeerde niet alleen in ondernemingen, werkgelegenheid en onderwijs, maar ook in de kwaliteit van de leefomgeving. Vanuit de overtuiging dat welvaart ook verantwoordelijkheid met zich meebreng en dat een gezonde stad behoefte heeft aan natuur, ontspanning en ontmoeting, schonken verschillende familieleden grond en geld voor de aanleg van parken die voor iedereen toegankelijk waren.

  • Volkspark:
    Het Volkspark werd gesticht door een royale gift van H.J. van Heek (1814-1872). Het is het eerste park in Nederland, dat werd aangelegd met als doel de recreatie van de bevolking van Enschede te bevorderen. In de statuten van de Stichting staat “Eene inrichting tot uitspanning voor den werkman, waarheen hij zich, na zijn dikwijls moeilijke arbeid , met vrouw en kinderen kan begeven, om hetzij in de schoone natuur, hetzij in een ruim, wèl ingerigt lokaal , zich te ontspannen op een gepaste, aangename en gezellige wijze”. Het park werd en wordt nog steeds beheerd door een parkcommissie, die uit vijf leden bestaat, één der leden is een vertegenwoordiger van de Familie van Heek. In het park worden in het voor en najaar kermissen georganiseerd, de staangelden van de kermissen vormen de belangrijkste bron van inkomsten voor de parkcommissie. www.volkspark.nl
     
  • G.J. van Heekpark 
    G.J. van Heek heeft bij zijn overlijden (1915) het park aan Enschede nagelaten als wandel-speel en sportpark. Het park beslaat ruim 11ha en is in 1929 door zijn kinderen met de Van Lochemsbleek (2ha) uitgebreid. www.vanheekpark.nl
     
  • Wooldrikspark: Dit oorspronkelijk boerenerf van 6 ha werd als park ingericht voor de kantonrechter Mr. Hendrik ter Kuile, die hier een huis liet bouwen. Het Huis is sinds lange tijd afgebroken. De vijver van dit park wordt op natuurlijke wijze van water voorzien en heeft geen speciale aan-en afvoer. Door vererving werden en Huis en park eigendom van de heer en mevrouw G.J. van Heek-ter Horst, die het in 1950 aan de Gemeente Enschede hebben geschonken. www.wooldrikspark.nl
     

Sport en beweging

De familie Van Heek heeft veel betekend voor de ontwikkeling van de sport in Twente. Jan Bernard van Heek bracht in 1885 het voetbal vanuit Engeland naar Enschede en stond aan de basis van de eerste voetbalclub in Oost-Nederland. Familieleden waren ook betrokken bij de oprichting van de Enschedese Lawn Tennis Club (ELTC), de Twentsche Golfclub en een van de eerste cricketverenigingen. Daarnaast maakte de zwem- en badinrichting van Van Heek & Co (1892–1972) zwemmen bereikbaar voor veel inwoners van Enschede. Dankzij deze initiatieven groeide Twente uit tot een regio met een rijke sporttraditie die nog altijd zichtbaar is.

Kunst en cultuur

De familie speelde eveneens een belangrijke rol bij het behoud en de ontwikkeling van kunst en cultureel erfgoed. Zo is de naam Van Heek nauw verbonden met Rijksmuseum Twenthe, dat in 1930 werd geopend dankzij een schenking van de familie. 

Ook buiten Twente droegen leden van de familie bij aan het behoud van bijzondere monumenten en collecties, waaronder Huis Bergh in 's-Heerenberg en Kasteel Doornenburg in Gelderland. Dankzij deze initiatieven zijn belangrijke delen van het Nederlandse culturele erfgoed behouden gebleven.

Natuur en landschap

De familie Van Heek heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het Twentse landschap zoals wij dat nu kennen. Tot ver in de 19e eeuw bestond een groot deel van Twente uit uitgestrekte heidevelden, veengebieden en bossen. Deze zogenaamde markegronden waren eeuwenlang gemeenschappelijk bezit van boeren uit een dorp. Zij gebruikten de gronden samen voor het weiden van vee, het steken van turf en het verzamelen van heideplaggen voor de landbouw. 

In de 19e eeuw veranderde dit ingrijpend. Met de Markewet van 1837 werd het mogelijk de gemeenschappelijke markegronden te verdelen onder de eigenaren. Tussen ongeveer 1850 en 1900 werden veel van deze gronden verkocht. Door de groei van de bevolking, de vraag naar meer landbouwgrond en de komst van kunstmest verloor het oude markestelsel zijn betekenis. Grote heidevelden maakten plaats voor landbouwgrond, bossen en nieuwe landgoederen.

De betrokkenheid van de familie ging verder dan het eigen bezit. Gronden werden geschonken aan natuurorganisaties. Jan Bernard van Heek schonk het Buurserzand aan Natuurmonumenten. Ook stond de familie aan de basis van Stichting Edwina van Heek en Landschap Overijssel, dat zich inzet voor het behoud van natuur en cultuurhistorie. Dankzij deze visie zijn veel natuurgebieden bewaard gebleven en kunnen inwoners en bezoekers nog altijd genieten van het karakteristieke Twentse landschap.

Het einde van een tijdperk

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de wereld snel. De Nederlandse textielindustrie kreeg steeds meer concurrentie uit landen waar de lonen lager waren en goedkoper kon worden geproduceerd. Wat ooit in Engeland begon, waar Twente van leerde en Nederland grote welvaart bracht, verschoof geleidelijk opnieuw naar andere delen van de wereld. Zoals de historicus Sven Beckert beschrijft in ‘Katoen, de opkomst van de moderne wereldorde’ deze verschuiving een terugkerend patroon in de geschiedenis van de wereldhandel: productie volgt uiteindelijk vaak de plaats waar deze het meest efficiënt en tegen de laagste kosten kan plaatsvinden.

Ook de Twentse textielbedrijven konden zich aan deze ontwikkeling niet onttrekken. Ondanks grote investeringen in modernisering, schaalvergroting en innovatie werd concurreren steeds moeilijker. In 1967 sloten Van Heek & Co. en Rigtersbleek hun deuren. Daarmee kwam een einde aan een tijdperk dat Enschede en Twente ruim anderhalve eeuw had gevormd.

Voor de familie Van Heek was dit een bijzonder ingrijpende periode. Generaties lang hadden zij hun leven verbonden aan de textielindustrie en aan de mensen die er werkten. Het sluiten van de fabrieken bracht veel verdriet met zich mee. Niet alleen voor de ondernemers, maar vooral ook voor de duizenden werknemers en hun gezinnen die hun baan verloren. In Twente ontstond grote teleurstelling en soms ook bitterheid. Veel inwoners hadden gehoopt dat de textielfabrikanten opnieuw een oplossing zouden vinden, zoals zij dat in eerdere moeilijke tijden vaak hadden gedaan. Deze keer bleek dat niet meer mogelijk. De veranderingen op de wereldmarkt waren eenvoudigweg te groot.

In de jaren die volgden wilde Enschede vooral vooruitkijken. Veel voormalige fabrieksterreinen werden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe woningen, wegen en bedrijven. Daarmee verdwenen ook veel karakteristieke fabrieksgebouwen en ander industrieel erfgoed dat tegenwoordig van grote historische waarde zou zijn geweest. Lange tijd was er weinig aandacht voor het rijke textielverleden van de stad. Pas later groeide het besef dat de textielindustrie, met al haar successen én moeilijke momenten, een onmisbaar onderdeel vormt van de geschiedenis van Enschede en Twente.

Vandaag de dag is die geschiedenis weer zichtbaar en wordt zij opnieuw gewaardeerd. De invloed van de familie Van Heek leeft voort in de landgoederen, parken, woonwijken, musea, archieven en monumenten die zij hebben nagelaten. Ook de verhalen van de textielarbeiders, ondernemers en hun gezinnen blijven een belangrijk onderdeel van de identiteit van Twente. Juist door zowel de bloeiperiode als de moeilijke jaren te blijven herinneren, blijft dit bijzondere erfgoed bewaard voor toekomstige generaties.